logo Esther te Linde - Mobiel

Blog

2 Folliculaire fase

In de eerste blog zijn we begonnen met het beschrijven van de werking van hormonen, de cyclus van de vrouw en de rol die de hormonen hierin spelen. We gaan nu uitgebreider kijken naar het eerste deel van de cyclus: de folliculaire fase. 

Even een korte samenvatting: de menstruatie duurt normaal gesproken zo’n 5 dagen, maar dit kan erg verschillen tussen vrouwen. Als er in de vorige cyclus geen eicel bevrucht is, wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten en alles opnieuw klaar gemaakt voor de volgende ronde. Er wordt geen oestrogeen en progesteron meer geproduceerd en dit leidt tot vaatkrampen in de bloedvaten van het baarmoederslijmvlies. Dit leidt tot afstoting van het baarmoederslijmvlies wat ook wel de menstruatie wordt genoemd.  

Als we kijken naar de ovariële cyclus (de cyclus in de eierstokken), wordt de eerste fase de folliculaire fase genoemd. Deze fase begint samen met de menstruatie en eindigt bij de eisprong die rond dag 14 plaatsvindt. Nadat de menstruatie voorbij is, geven de hersenen een hormoon af wat follikelgroei stimuleert. De follikel is het blaasje waarin zich een eicel bevindt. Dit hormoon wordt daarom ook wel het follikelstimulerend hormoon genoemd (FSH). Als de follikel groot genoeg is, geven de hersenen een ander hormoon af aan het bloed wat ervoor zorgt dat de eisprong gaat plaatsvinden. Dit is het luteïniserend hormoon (LH). 

Bij de eisprong barst het follikel open en komt de eicel vrij. De eicel gaat via de eileiders naar de baarmoeder om daar mogelijk bevrucht te raken. Het follikel wat overblijft, wordt het gele lichaam genoemd (corpus luteum). En die speelt een belangrijke rol bij de bevruchting. Het gele lichaam wordt namelijk een kleine hormoonklier. Deze produceert oestrogeen en progesteron. Progesteron speelt een belangrijke rol bij het in stand houden van de zwangerschap. Bij geen bevruchting, vergaat het corpus luteum. 

Het oestrogeen zorgt er in deze periode voor dat een vrouw zich goed voelt. Er is veel energie en het libido gaat omhoog.  Als we gaan kijken wat oestrogeen doet in verband met het sporten zien we dat oestrogeen anti – katabool is (gaat spierafbraak tegen) en het ondersteunt spierherstel. 

Kijken we naar progesteron zien we dat deze gedeeltelijk de werking van oestrogeen tegengaat. Oestrogeen zorgt bijvoorbeeld ook voor glucoseopname in spiervezels en het houdt eiwitkatabolisme tegen. Maar progesteron schakelt deze positieve effecten weer uit. Progesteron lijkt er ook voor te zorgen dat je brein minder goed is in het aansturen van spieren. Ook kan progesteron een blokkerende werking hebben op testosteron. Klinkt allemaal helaas niet heel positief voor de fanatieke sporters onder ons. Maar daar kunnen we dus onze trainingen op aanpassen. 

De concentraties van deze hormonen fluctueren namelijk enorm gedurende de cyclus. Als we terugkijken naar die eerste fase, de folliculaire fase, zien we dat de oestrogeenwaarden hoger zijn dan progesteron. 

Met deze theorie zou het natuurlijk logisch zijn om te denken dat training effectiever is in de folliculaire fase. Er zijn hiernaar verschillende studies gedaan waarvan sommigen deze theorie ondersteunen en anderen ook weer niet. Laten we voorop stellen dat onderzoek doen op dit gebied erg moeilijk is en afhankelijk van veel verschillende factoren. Uit de meeste onderzoeken blijkt wel dat vrouwen vaak sterker zijn tijdens de folliculaire fase waarbij het oestrogeen hoger is dan het progesteron. Dus we kunnen stellen dat over het algemeen er meer kracht is in de folliculaire fase.  

Nogmaals, er zijn vrouwen die geen verschil merken in hun kracht gedurende hun cyclus. Maar voor de vrouwen die dit wel ervaren zou het gunstig kunnen zijn om te trainen volgens de cyclus. Hierbij is het belangrijk om het grote deel van de trainingen te plannen in de folliculaire fase. Wat ook een optie is, is om het trainingsvolume te verhogen tijdens de folliculaire fase. Zo kan het programma hetzelfde blijven, maar verschilt het volume in de sets per training. 

Er zijn daarnaast zo ongelooflijk veel dingen die invloed hebben op de cyclus maar ook op het trainen. Voorop staat dat als de menstruatie verdwijnt door het trainen, dit nooit maar dan ook nooit goed is. Hierdoor gaat het hormoon huishouden in de war wat ook invloed heeft op de rest van het lichaam en de trainingsresultaten zeker niet ten goede doet. Er zijn natuurlijk ook veel vrouwen die gebruik maken van anticonceptie. Deze hebben ook weer invloed op de cyclus en daarbij het trainen. Voeding speelt uiteraard ook een belangrijke rol in het algeheel. Kort gezegd, enorm veel onderwerpen die we nog gaan behandelen! 

Volgende maand gaan we verder met de volgende fase in de cyclus, de luteale fase. Deze fase begint na de eisprong. We gaan dan dieper in op de hormonen die in deze fase een hoofdrol spelen en welke invloed ze hebben op trainingen. 

Bronnen:

–   Anatomie en fysiologie van de mens (L. Gregoire, A. van Straaten – Huygen en R. Trompert).

–   Menstueren en presteren (M. van Gestel)

–   https://biologielessen.nl/index.php/a-13/1703-receptoren

–   https://sportnz.org.nz/resources/the-menstrual-cycle/

 


1 Hormonen

Hormonen, iets waar we allemaal wel last van hebben. Vrouwen vaak meer dan mannen, of is dat wel echt zo? Wat doen die hormonen eigenlijk in het lichaam? Als (vrouwelijke) sporter kunnen we veel last hebben van de hormonen die door het lichaam gieren. Want waarom voelt mijn training op sommige momenten in de maand een stuk zwaarder? Komt het door de hormonen of zit dit tussen de oren? Het zou natuurlijk mooi zijn als we deze hormonen als kracht kunnen inzetten. In deze blogserie hebben we ons verdiept in hormonen en de cyclus van de vrouw. Door het lezen van boeken en bestuderen van onderzoeken hopen we  zelf maar ook anderen meer inzicht hierin te geven. Maar voordat we diepte ingaan, moeten we beginnen bij de basis. Want, wat zijn nou die hormonen?

Hormonen zijn chemische boodschappers in ons lichaam die aan het bloed worden afgegeven en elders in het lichaam hun werking uitvoeren. Er zijn twee regulerende stelsels in het lichaam die functies ergens anders in het lichaam verzorgen. Dat zijn het hormonale stelsel en het zenuwstelsel. Het zenuwstelsel werkt met impulsen, elektrische signalen die in mum van tijd een reactie teweegbrengen. Het effect is snel en kort. Hormonen worden door gespecialiseerde cellen geproduceerd en aan het bloed afgegeven. Dit werkt een stuk trager dan het zenuwstelsel, maar het effect is langer.

Als we nu bloed afnemen zijn tegelijkertijd tientallen verschillende hormonen in het bloed te vinden. Maar hoe zorgen we er dan voor dat een hormoon het gewenste effect heeft? Dat komt doordat hormonen invloed hebben op cellen die gevoelig zijn voor die hormonen. Dit worden doelwitcellen genoemd. Op elke cel zitten receptoren. Zie dit als kleine antennes met een bepaalde vorm. Niet elk hormoon past hierin. Zoals het plaatje hiernaast beschrijft. 

We gaan ons focussen op de geslachtshormonen. De bijnierschors produceert zowel androgenen (mannelijke geslachtshormonen) als oestrogenen (vrouwelijke geslachtshormonen). Deze ondersteunen de werking van de geslachtshormonen uit de geslachtsklieren. De geslachtsklieren zijn de ovaria (eierstokken) en de testes (zaadballen). Deze geven ook hormonen af aan het bloed. De ovaria maken oestrogenen en progesteron en de testes vormen androgenen.

Oestrogeen speelt een belangrijke rol bij de menstruele cyclus en de rijping van de eicellen. Progesteron is betrokken bij de groei van het baarmoederslijmvlies (endometrium) zodat een eventueel bevruchte eicel zich erin kan nestelen. Als er geen eicel innestelt, neemt de progesteronproductie af en hierdoor wordt het baarmoederslijmvlies afgestoten. Bij een zwangerschap zorgt progesteron ervoor dat het baarmoederslijmvlies goed intact blijft en doorbloed wordt.

Testosteron is het belangrijkste androgene hormoon dat door de testes ontwikkeld wordt. Het bevordert vorming van zaadcellen bij de man en heeft invloed op de stofwisseling in het hele lichaam. Testosteron stimuleert de eiwitaanmaak en de spiergroei. Dit wordt ook wel de anabole werking van testosteron genoemd. Daarom hebben mannen meer spieren en minder vet in verhouding tot vrouwen.

Bij mannen worden in de testes continu zaadcellen aangemaakt. Bij een vrouw komt er in principe maar een keer in een cyclus een eicel vrij. Gemiddeld duurt zo’n cyclus vier weken. Dit wordt de menstruele cyclus genoemd. Tijdens deze cyclus treden veranderingen op in de eierstokken, het endometrium en in de concentraties geslachtshormonen. De menstruele cyclus wordt opgedeeld in 3 fasen. De eerste fase is de menstruatiefase ofwel ongesteldheid, die duurt gemiddeld vijf dagen. Er is geen bevruchte eicel en het baarmoederslijmvlies wordt afgestoten. Er vindt een daling plaats in progesteron en oestrogeen. Er blijft aan het einde van de menstruatie een dun laagje baarmoederslijmvlies over. 

De proliferatiefase begint na de menstruatiefase. Dit is de opbouw van het endometrium en het klierweefsel in de baarmoeder. Dit is vaak vanaf dag 5 tot dag 15. Deze fase staat onder invloed van oestrogeen uit de eierstokken. Daarom wordt het ook wel de oestrogene fase genoemd. Deze fase eindigt na de eisprong (ovulatie).

De derde fase is de secretiefase, de afscheidingsfase. Die duurt van dag 15 tot dag 28. De oestrogeenproductie blijft doorgaan en er wordt progesteron geproduceerd. Dit stimuleert het klierweefsel van het endometrium om slijmerig vocht af te scheiden. De doorbloeding van het endometrium neemt toe en er wordt glycogeen (opgeslagen glucose) in de baarmoederwand opgeslagen. De baarmoeder is nu in de optimale conditie voor het innestelen van een embryo. Deze fase staat onder invloed van progesteron en wordt ook wel de gestagene fase genoemd. Bij geen bevruchting nemen de progesteron en oestrogeen productie weer sterk af na de 23ste dag. Hierdoor begint op dag 28 een nieuwe cyclus. 

Om het verwarrender te maken is er tegelijkertijd met de menstruele cyclus een ovariële cyclus in de eierstokken. Deze cyclus begint met de rijping van een ei follikel dat in gang wordt gezet door het follikelstimulerend hormoon (FSH). Een follikel is een blaasje waar een eicel zich in bevindt. De ei follikel wordt rijper en follikelcellen gaan oestrogeen produceren wat weer invloed heeft op de menstruele cyclus. Oestrogeen stimuleert de aanmaak van het luteïniserend hormoon (LH) wat zorgt voor het rijpingsproces van de ei follikel en vervolgens de eisprong plaatsvindt. De ovariële cyclus bestaat uit twee fases: de proliferatiefase en de secretiefase. In de proliferatiefase (dag 4-14) vindt de rijping van het ei follikel plaats, waarnaar de eisprong volgt en de secretiefase begint (dag 15 – 28).   

Bronnen:

–   Anatomie en fysiologie van de mens (L. Gregoire, A. van Straaten – Huygen en R. Trompert).

–   Menstueren en presteren (M. van Gestel)

–   https://biologielessen.nl/index.php/a-13/1703-receptoren

–   https://sportnz.org.nz/resources/the-menstrual-cycle/